

Hoe Nederlandse les internationale werknemers vooruithelpt
Miel Engelen verzorgt samen met Maja van Dongen cursussen Nederlands bij ZON
Op een doordeweekse middag in een leslokaal bij ZON zitten zes mensen rond een tafel. Ze komen uit Polen en zijn allemaal als internationale werknemers naar Nederland gekomen. Voor hen ligt een boek vol Nederlandse woorden en zinnen, maar het belangrijkste gebeurt in de gesprekken die ze voeren, in het Nederlands.
Miel, hun docent, kijkt toe en luistert. De gesprekken gaan over alledaagse zaken. Als hij een taalfout hoort, grijpt hij in. Niet streng, maar met een glimlach. “Hoe zou je het anders kunnen zeggen?” vraagt hij. De Nederlandse taal wordt zo iets van henzelf, toegepast op hun persoonlijke situatie. Het is een klein moment, maar het symboliseert iets groters: de kracht van taal om mensen te verbinden en vooruit te helpen.
Van pubers naar arbeidsmigranten
Miel, een ervaren taaldocent, stond dertig jaar voor de klas in het voortgezet onderwijs. Engels en Duits gaf hij aan tieners. “Ik heb het jarenlang met veel plezier gedaan, maar op een gegeven moment was ik het een beetje moe,” vertelt hij. “Ik had geen zin meer om orde te houden en hen te motiveren. Ik wilde werken met mensen die vanuit zichzelf willen leren. Er zijn tieners die dat willen hoor, maar het gros zit er omdat het moet.” Via de Volksuniversiteit rolde hij in het geven van Nederlandse lessen aan arbeidsmigranten en in die hoedanigheid geeft hij ook les bij ZON.
Zijn cursisten zijn volwassen, gemotiveerd en vaak bescheiden. “Dat is een groot verschil met de gemiddelde Nederlandse scholier,” lacht Miel. “Deze mensen willen graag en hebben een doel: beter Nederlands spreken om hun werk goed te kunnen doen, om te kunnen communiceren met collega’s en leidinggevenden. Dat maakt lesgeven veel fijner, moet ik eerlijk zeggen.”


Deze mensen willen graag en hebben een doel, namelijk beter Nederlands spreken om te kunnen communiceren met collega’s.
Een nieuwe taal, een nieuwe wereld
Bij ZON gaan de lessen niet alleen over grammatica en vocabulaire, maar ook over het begrijpen van Nederland: de cultuur, gewoontes en manier van communiceren. Taal is meer dan een communicatiemiddel; het is een sleutel tot verbinding en het gevoel erbij te horen. Tegelijkertijd leer ik van hen – over hun culturen, gewoontes en kijk op de wereld.” Dat levert soms verrassende inzichten op. “Via deze groep mensen besef ik hoe direct Nederlanders kunnen zijn, ikzelf ook,” zegt Miel. “Arbeidsmigranten uit Oost-Europa zijn vaak bescheidener. Ze wachten af, nemen minder snel het woord. Dat kan prettig zijn, maar ook een nadeel: als ze niet aangeven waar ze moeite mee hebben, is het lastiger om hen te helpen.
Het leren van de taal helpt hen om zich vrijer te voelen en om hun plek te vinden in een land dat soms hard kan zijn voor arbeidsmigranten. “Sommigen komen hier aan en spreken nauwelijks een woord Nederlands,” vertelt Miel. “Na een paar maanden vertellen ze dat ze steeds meer begrijpen op het werk en dat ze eindelijk mee kunnen praten in pauzes. Dat is geweldig om te horen.”
Geen ‘gewone’ uitdaging
Een van de moeilijkste dingen aan de Nederlandse taal? De kleine, alledaagse woorden. “Neem het woord ‘gewoon’,” zegt Miel. “Het lijkt simpel, maar het kan van alles betekenen. ‘Doe maar gewoon.’ ‘Ik ga gewoon toch.’ ‘Geef gewoon toe.’ Probeer dat maar eens uit te leggen aan iemand die de taal niet spreekt.” Toch is dat juist wat hij zo mooi vindt aan zijn werk. “Het maakt je bewust van je eigen taal. Waarom zeggen we dingen zoals we ze zeggen? Hoe voelt dat voor iemand die de taal nog niet kent? Dat is fascinerend.”
Het belang van taal op de werkvloer
Tijdens de taallessen bij ZON is Nederlands de voertaal. “Bij ZON wordt ook voornamelijk Nederlands gesproken, dus werknemers die de taal beheersen, kunnen beter communiceren met hun collega’s en leidinggevenden. Dat maakt samenwerken makkelijker en prettiger,” legt Miel uit. “Als je elkaar begrijpt, kun je beter overleggen, problemen sneller oplossen en je meer thuis voelen in het bedrijf.”
De toekomst van taalonderwijs
Hoewel de lessen bij ZON succesvol zijn, ziet Miel nog ruimte voor verbetering. “Er zouden meer mogelijkheden moeten zijn voor arbeidsmigranten om taalonderwijs te volgen, ook op werkdagen zelf,” zegt hij. “Niet iedereen kan na een lange werkdag nog huiswerk maken of een fulltime baan met een taalcursus combineren. Zo’n cursus is echt hard werken hoor, tel er maar op dat je er 5 tot 8 uur per week mee bezig bent.”
Naast een cursus blijft persoonlijk contact met anderen het belangrijkst. Dit zou ook gestimuleerd moeten worden door bedrijven, aldus Miel. “De fijne kneepjes van een taal leer je juist op de werkvloer: door te praten, te luisteren en te durven.”