

Anna’s liefde voor zelfgemaakte worsten (en andere lekkernijen)
Samen met haar man Christoff brengt Anna Weil veel uren in de keuken door
Als je bij Anna Weil thuis binnenstapt, is het meteen duidelijk dat er iemand woont met een liefde voor koken. De ruime, pas vernieuwde leefkeuken ziet er heel uitnodigend uit en ligt er opgeruimd bij, klaar voor gebruik. “Mijn man Christoff en ik leven vooral in de keuken,” lacht ze. “Vaak van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat.” En dat is niet overdreven. Wie ze een beetje kent, weet dat ze samen een hobby hebben die met gemak een klein bedrijfje zou kunnen vullen: zelf worsten maken, vlees roken, augurken inmaken en de oogst uit hun eigen volkstuin verwerken. Maar het verhaal begint veel eerder. In een klein dorpje in Polen. Bij een opa die zelf allerlei heerlijke lekkernijen maakte.
Herinneringen aan opa
Anna groeide op in Katowice, een grote stad in Zuid-Polen. Als kind mocht ze elke vakantie naar haar opa en oma, die in het kleine dorpje Osiek woonde. “Toen Polen nog onder het communistische regime viel, maakte bijna iedereen op het platteland zijn eigen vlees. Niet omdat het hip was, maar omdat het niet anders kon”, begint Anna te vertellen.
“In de stad was goed vlees moeilijk te krijgen, dus mensen in de dorpen hielden dieren voor eigen gebruik. Mijn opa maakte zelf worsten en hammen en allerlei andere lekkere dingen. Als kind keek ik ernaar met grote ogen.” Ze leerde het ambacht toen niet van hem, het bleef vooral een herinnering. Maar wél een herinnering die, jaren later en 1.100 kilometer verderop, alsnog wortel zou schieten.


We dachten: waarom maken we de worsten niet gewoon zelf? Opa kon het. Misschien kunnen wij het ook.
Een dagje ‘meedraaien’
Wanneer Anna en Christoff een ‘rookweekend’ plannen, is dat serieus veel werk. “Als we starten, beginnen we op zaterdag rond zes uur ’s ochtends. En soms zijn we die dag pas om negen uur ’s avonds klaar”, begint Christoff. “De zondag hebben we vaak ook nog nodig om alles verwerkt te krijgen, maar daarna hebben we wel voor zo’n 3 á 4 maanden voorraad. We halen meestal namelijk zo’n 60 kilo vlees in één keer, bij een kleine slager in Venray. Dat snijden we klein en sorteren we in drie categorieën: pure spier, spier met vet en stukken met pees of meer structuur. Al het vlees wordt dan eerst 48 uur gepekeld, daarna malen we het met verschillende maalschijven. Vervolgens mengen we de soorten door elkaar tot een kleverige massa, kruiden het en stoppen het in varkensdarmen.” “De eerste keer dat we dat deden, lukte het voor geen meter”, lacht Anna. “Nu hebben we het gelukkig beter onder de knie.”
Als de worsten zo ver klaar zijn, moeten ze eerst een hele tijd drogen en dan begint het rookproces pas, dat ook nog uit diverse stappen bestaat. Dat roken gebeurt op hout dat ze speciaal hiervoor aanschaffen, namelijk eikenhout en fruitbomenhout. Dat geeft kleur en een verfijnde smaak aan de worsten. “We hebben een eigen rookoven aangeschaft”, vertelt Anna trots. “Zelf gerookte eendenborstfilet is mijn favoriet, maar eigenlijk kun je bijna alles roken, zelfs kaas en eieren.”
Naast hun liefde voor eten delen ze een gezamenlijke passie voor reizen. Anna en Christoff hebben al diverse mooie reizen gemaakt. “Als we op reis zijn, zijn we ook altijd met eten bezig en willen we echt graag de lokale keuken proeven”, vertelt Christoff. “We zijn nooit bang om iets nieuws te proberen en eten juist graag de gerechten die typisch bij een land horen”, vult Anna aan. “Met name op de Aziatische keuken zijn we verliefd geworden, we maken thuis dan ook geregeld Thaise curry’s en Vietnamese gerechten.” “Maar ook thuis, als we niet op reis zijn, kijken we graag naar culinaire programma’s en proberen we de lekkere gerechten die daar voorbij komen na te maken.”
Eten met de seizoenen
Anna en Christoff hebben ook een eigen volkstuintje, vlakbij hun huis in Venlo-Zuid, waar ze diverse groenten en fruitsoorten telen, zoals tomaten, frambozen en augurken. Die laatste maken ze ook zelf in en smaken overheerlijk, kunnen we als redactie van ZON Magazine beamen. Net als al het gerookte vlees trouwens, dat we ook rijkelijk mochten proeven. “De lente en zomer staan bij ons in het teken van tuinieren, oogsten en inmaken”, vertelt Anna. “In de winter hebben we meer tijd voor het roken van vlees, zoals worsten.”


De lente en zomer staan bij ons in het teken van tuinieren, oogsten en inmaken.
Hoewel ze al jaren in Nederland wonen, blijven ze dus toch de oude keukentradities uit Polen eren door de manier waarop ze hun eten zelf verbouwen, bereiden en delen met anderen. “Veel Polen hier zijn die gewoontes een beetje kwijtgeraakt. Daarom voelt het bijzonder dat wij dit levend houden. Het is heel arbeidsintensief allemaal, als we niet aan het werk zijn, zijn we eigenlijk altijd bezig in onze tuin, of in de keuken. Maar we vinden dat gelukkig ook heel leuk om te doen, het is echt een gezamenlijke passie van ons.”





















