

De druk op de tuinbouwsector neemt toe. Klanten vragen om transparantie, regelgeving wordt strenger en duurzaamheid is allang geen keuze meer, maar een voorwaarde. Tegelijkertijd groeit binnen de sector het besef: als we het verhaal niet zelf vertellen, doet een ander het voor ons. Voor ZON was dat reden om een volgende stap te zetten. Samen met GreenlinQdata wordt gewerkt aan een systeem waarin telers hun data op één plek verzamelen en van daaruit slim benutten. Minder gedoe, meer inzicht. Maar wat betekent dat concreet voor de teler?
Van moeten naar willen
“Registreren wordt vaak gezien als iets wat moet,” zegt Berrie de Mik, directeur van GreenlinQdata. “Maar als je het goed inricht, wordt het juist iets waar je beter van wordt.” Het uitgangspunt is simpel: data maar één keer invoeren, en vervolgens automatisch gebruiken voor alles wat nodig is – van certificering tot klantvragen en duurzaamheidsrapportages. Geen losse Excelbestanden meer, geen dubbele administratie, maar één centrale plek waar alles samenkomt.
Saskia Coenen, Adviseur Quality Assurance bij ZON en betrokken bij de overstap naar GreenlinQdata als teeltregistratiesysteem voor de glastelers van ZON, zag dat die behoefte groeide. “We merkten dat er steeds meer op telers afkomt. Dan wil je het zo makkelijk mogelijk maken, maar ook zorgen dat de data klopt én dat telers zelf de regie houden. Als FVO zijn we daarom in 2024 gezamenlijk overgestapt naar GreenlinQdata als teeltregistratiesysteem voor de glasgroentetelers van ZON.”
Minder administratie, meer overzicht
In de praktijk betekent dat: een systeem dat al zoveel mogelijk gegevens automatisch ophaalt en aanvult. Wat nog ontbreekt, vult de teler zelf aan, een beetje vergelijkbaar met een belastingaangifte.
“Registreren is voor niemand een hobby,” zegt Berrie nuchter. “Dus alles wat we kunnen automatiseren, doen we. Hoe minder handmatig werk, hoe groter de kans dat het ook echt goed en volledig gebeurt.” Tegelijkertijd zorgt die centrale aanpak ervoor dat gegevens niet alleen makkelijker worden vastgelegd, maar ook bruikbaarder worden. Data die er toch al is, bijvoorbeeld over energie- of waterverbruik, kan direct worden ingezet voor nieuwe toepassingen, zoals het berekenen van de zogeheten Fresh Produce PEFCR, voorheen HortiFoodprint genoemd.


Je kunt pas verbeteren als je weet waar je staat, en dat weten we als sector nu eigenlijk nog onvoldoende.
Inzicht als nieuwe motor
Die Fresh Produce PEFCR speelt namelijk een steeds grotere rol. Aan de hand van de PEFCR-richtlijnen wordt op een Europees erkende manier de milieu-impact van producten in kaart gebracht. Maar belangrijker dan de methode zelf, is wat het oplevert: inzicht.
“Je kunt pas verbeteren als je weet waar je staat,” zegt Saskia. “En dat weten we als sector nu eigenlijk nog onvoldoende.” Dat inzicht helpt niet alleen individuele telers, maar ook de sector als geheel. Want waar de één al ver is, staat de ander nog aan het begin. Door data slim te gebruiken, kunnen kansen in kaart worden gebracht om te verbeteren.
Tegelijkertijd is dat precies waar het spannend wordt. Want meer inzicht betekent ook: zichtbaarheid. En niet elke teler staat te springen om zijn cijfers te delen. Die terughoudendheid is begrijpelijk, erkennen zowel Saskia als Berrie. Verschillen tussen bedrijven zijn groot, en context is alles. Een teler in Nederland heeft nu eenmaal andere omstandigheden dan een teler in Zuid-Europa.
“Je kunt bedrijven niet één-op-één vergelijken,” zegt Berrie. “Daarom is het zo belangrijk dat je data goed duidt en op het juiste niveau gebruikt.” Bij ZON ligt de nadruk dan ook op vertrouwelijkheid en regie. Telers bepalen zelf met wie ze hun data delen. Individuele gegevens worden niet zomaar naar buiten gebracht; communicatie gebeurt op geaggregeerd niveau, bijvoorbeeld per productgroep. “Het doel is om samen beter te worden én dat ook te kunnen laten zien”, aldus Saskia.
Samen sterker staan
Want daar zit uiteindelijk de grootste winst. In een tijd waarin beeldvorming over de tuinbouwsector soms negatief is, kan de sector zelf met harde data laten zien wat er wél gebeurt: efficiënter gebruik van middelen, inzet van biologische oplossingen en continue verbetering van de teelt. Telen is topsport, en dat mag best wel vaker gezien en erkend worden.
“Er wordt veel over de sector gezegd,” zegt Saskia. “Maar het echte verhaal is vaak genuanceerder. Juist daarom is het belangrijk dat we dat verhaal kunnen onderbouwen.” Volgens Berrie is dat alleen mogelijk als telers meedoen. “Je hoeft het niet te doen omdat het moet. Je doet het omdat je vooruit wilt. Voor jezelf én voor de sector.”
De stap naar centrale dataverzameling is daarmee meer dan een technische verbetering. Het is een fundament voor de toekomst, waarin transparantie en duurzaamheid steeds belangrijker worden. Of, zoals Berrie het samenvat: “Zonder inzicht kun je niet sturen. En zonder te sturen kom je nergens.”
Voor telers betekent dat misschien even wennen. Maar wie de stap zet, krijgt er iets voor terug: overzicht, grip en de mogelijkheid om gericht te verbeteren. En misschien nog wel belangrijker: een sterker gezamenlijk verhaal naar buiten toe.

